Scholen

De school heeft een belangrijke taak als poortwachter. Zij is verantwoordelijk voor goed leesonderwijs aan alle kinderen op zorgniveau 1, 2 en 3. Mocht blijken dat kinderen met ernstige leesproblemen onvoldoende baat hebben bij alle interventies op deze zorgniveaus, dan is er de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor (vergoede) dyslexiezorg.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding dient de school een leerlingdossier aan te leveren dat aan bepaalde criteria voldoet. Een voorwaarde is dat de school de leerlingen bij wie het vermoeden bestaat dat zij (ernstige, enkelvoudige) dyslexie hebben, vroegtijdig signaleert. Tijdens drie achtereenvolgende meetmomenten wordt de toenemende achterstand vastgesteld. Dit betekent in de praktijk dat op drie achtereenvolgende meetmomenten een E-niveau wordt behaald op de DMT/EMT. Of op drie achtereenvolgende meetmomenten een laag D-niveau op de DMT/EMT in combinatie met drie keer een E-niveau op spelling (bijvoorbeeld Cito Spelling /PI-dictee).

De didactische resistentie dient eveneens aangetoond te worden. Uit het leerlingdossier moet blijken dat de geboden hulp (op zorgniveau 2 en 3) intensief en van voldoende kwaliteit is geweest (zie Protocollen Leesproblemen en Dyslexie, 2011). Een effectieve aanpak op zorgniveau 3 betekent dat:

  • de leertijd met minimaal één uur per week wordt uitgebreid
  • er minimaal drie keer per week twintig minuten wordt begeleid
  • de specifieke interventie gedurende twintig tot vierentwintig effectieve weken wordt uitgevoerd
  • de specifieke interventie individueel of in een klein groepje wordt aangeboden
  • de specifieke interventie wordt uitgevoerd door de leerkracht, RT-er of leesspecialist

Voorbeelden van effectieve interventieprogramma’s zijn: Connect, RALFI, Radslag en Drie Sterren Lezen.

De leerling komt in aanmerking voor vergoede dyslexiezorg wanneer hij of zij na ongeveer twintig tot vierentwintig weken adequate didactisch hulp volgens het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (2011) blijft behoren tot:

  • de zwakste 10% lezers (vergeleken met de normgroep) of
  • de zwakste 16% leerlingen op lezen én de zwakste 10% op spelling

Lees voor meer informatie de folder van ONL.